Categorieën
Actueel

Naar aanleiding van het boek Polarisatie van Bart Brandsma

In het boek Polarisatie verkent Bart Brandsma de dynamiek van het wij-zij denken en pleit hij voor een nieuwe invalshoek. Het zou al helpen, zegt hij, als we het fenomeen niet alleen als een probleem zien.

In onze maatschappij staan veel mensen tegenover elkaar. Vrouwen tegenover mannen, moslims versus niet-moslims, burgers tegenover de politiek, voor of tegen zwarte Piet, voor of tegen de avondklok, klimaatontkenner of juist klimaatfanaat, die van beneden de rivieren tegenover die van ‘erboven, de autochtoon versus de allochtoon, Belgen versus Hollanders. 010 tegenover 020, Koerden tegenover de Turken, het volk tegenover de elite. De lijst van polarisatie is oneindig. Maar de dynamiek is overal dezelfde. Die is universeel.
a. Op zichzelf neutrale tegenstellingen worden geladen met betekenis en dat zijn altijd gedachten-constructies (Belgen zijn dom, Moslims gevaarlijk, vrouwen zijn het zwakke geslacht)
b. Tegenstellingen blijven levend door het leveren van brandstof: voor elke negatieve uitspraak is een positieve tegenhanger te formuleren, passend bij hoe we mogelijk ook over de ander kunnen denken.
c. Bij toenemende polarisatie neemt de gespreksstof (discussie en debat) toe terwijl de redelijkheid afneemt. Gevoelens hebben de overhand op feiten. Zie: de complottheorieën.

Mensen vinden het in een spanningsveld moeilijk uithouden in het midden. Ze willen liever of het een of het ander. Vrijwel altijd is de kunst: allebei. En vrijwel altijd is het ook lastig om beide polen te laten meewegen. Zwart-wit denken is eenvoudiger. Activisten die doorschieten: natuurliefhebbers die Shell verketteren laten hetzelfde gedrag zien als een Shell dat de groene activisten verkettert.

Brandsma kies voor een depolariserende houding. Dat is niet hetzelfde als de grootste gemene deler. Het is niet een idealistisch etiket om problemen met verschil, conflict en polarisatie te camoufleren. Het is ook geen pleidooi voor de objectieve toeschouwer: de bruggenbouwer die boven de partijen staat en zelf, ongewild, brandstof blijft aanleveren voor de tegenstellingen.
Het gaat om een houding het uithouden in het midden, omgaan met niet-weten in plaats van oordelen. Het gaat om het juiste oog voor diversiteit

Dat is niet eenvoudig. Want dan moet je leren ruimte te maken en daarbij ook het onbekende toelaten. Je gaat in het onbekende staan en moet heel goed luisteren. Daar heb je uithoudingsvermogen, inspiratie en geduld voor nodig. Maar het is de moeite waard want de waardering van het verschillend zijn is een tegengif voor eenzijdigheid. En dat lijkt hard nodig in een wereld waar eenzijdigheid overal aanwezig is. In institutionele religies, in positivistische wetenschap en in absoluut gestelde overtuigingen.

De grammaticale methode van Rosenstock-Huessy kan niet los gezien worden van de situatie in het Duitsland van na de eerste wereldoorlog. De visie van Brandsma kan mijns inziens niet los gezien worden van de versplinterde, gepolariseerde wereld van de 21e eeuw, waar identiteitspolitiek zorgt voor scheiding en verdeeldheid.

Beiden bepleiten een houding van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.
Rosenstock gaf zijn droom vorm door de werkkampen die hij organiseerde.
Daardoor kwam met in contact met andere werelden en kon er geoefend worden. De vraag aan Brandsma en aan ons: Hoe oefenen wij een andere houding, een andere benadering. Wat zijn onze proefpolders? Hoe kunnen wij, in onze tijd, recht doen aan het probleem van het wij-zij denken (denk aan de debatten over identiteit) en bijdragen aan een ‘oplossing?’

Categorieën
Actueel

Identiteit, zeggenschap en zeggingskracht 1

Deel 1: Strijd over identiteit

Zo’n 40 jaar geleden was het ongebruikelijk om trots te uiten over de identiteit als Nederlander. Nationaliteit, wat betekende dat nog? Wij moesten groter denken en verder kijken. Een Nederlands paspoort? – dat was alleen handig. Hoe heeft het debat over identiteit, nationaliteit, racisme en uitsluiting zo’n vlucht kunnen nemen? Voor een deel is het een reactie op het neoliberalisme en voor een deel en reactie van verschillende groepen op elkaar. Op het neoliberalisme kom ik nog, maar eerst het laatste: Als Nederlanders zich laten voorstaan op hun nationale identiteit, in ultrarechtse politieke partijen, dan is dat juist voor anderen aanleiding om op de schaduwkanten van dat Nederlanderschap te wijzen. De dag dat ik dit schrijf is Keti Koti, de herdenking van het slavernijverleden. Pas heeft de Vlaamse schrijver David van Reybrouck een dik boek gepubliceerd over het koloniale verleden van Nederland in Indonesië, onder de titel Revolusi. Eerder heeft hij een boek over Belgisch Congo geschreven. Je staat versteld van het geweld waarvan de Nederlandse koloniale geschiedenis vol is. Als jij denkt dat je dan trots kunt zijn op de Nederlandse identiteit, weten anderen je wel op je nummer te zetten.

Maar het debat over identiteit is ook deel van een grotere beweging: de boeren vragen om erkenning en de klimaatactivisten, de bankiers en het schoolpersoneel en de mensen die voor of tegen zwarte Piet zijn – ze hebben een boodschap te brengen, maar ze hebben ook behoefte aan erkenning. Zij willen delen in een gemeenschappelijk besef, een wij-gevoel. Daar kun je je aan optrekken.

Identiteit houdt in dat je je vereenzelvigt met een collectief, een groep. Wij hebben veel overlappende identiteiten. Dat is de boodschap van Sinan Çankaya in zijn boek Mijn Ontelbare Identiteiten. Hij is voluit Nederlander, en met een Marokkaanse achtergrond. Bart Brandsma, in zijn boek Polarisatie, wijst op het wij-zij denken en de polarisatie en vijandigheid die er het gevolg van zijn. In lijn daarmee kan er nog een Duitse auteur genoemd worden, Hamed Abdel-Samad, die in zijn boek Schlacht der Identitäten ongeveer dezelfde boodschap heeft als Brandsma. Wij moeten leren ons in elkaar te verplaatsen. Hoe heeft het gevoel van identiteit zo belangrijk kunnen worden? Een belangrijke reden is de ontworteling die het neo-liberalisme teweeg gebracht heeft. Wij zijn nummers geworden in reusachtige organisaties. De zeggenschap die mensen hebben over het werk dat ze doen en ook de zeggenschap in het maatschappelijk verkeer is daardoor verminderd. Als gevolg daarvan is ook onze zeggingskracht achteruit gehold. Wat is zeggingskracht? Het is het vermogen om een eigen oordeel onder woorden te brengen in een gezonde wisselwerking met het evenzeer onafhankelijke oordeel van anderen. In een volwassen dialoog corrigeer je elkaar en vul je elkaar aan. Maar wij zijn geestelijk verzwakt. We hebben er meer dan vroeger behoefte aan ergens bij te horen en met een groep mensen aan de goede kant te staan. Dat is een gevolg van onze ontworteling, het functioneren als een radertje in de machine.